De Spionnen van Aeroflot

De spionnen van Aeroflot

Door DICK VAN DER AART 

De Spionnen van Aeroflot onthult voor het eerst op basis van uitgebreid historisch onderzoek de geheime geschiedenis van de luchtvaartmaatschappij van de Sovjet-Unie in de periode van de Koude Oorlog.

 In 1961 vloog een Tupolev Tu-104 straalverkeersvliegtuig van de Russische luchtvaartmaatschappij AEROFLOT op weg naar Brussel opvallend laag over de vliegbasis Woensdrecht. In 1976 week een Tupolev Tu-154 boven Duitsland sterk af van de voorgeschreven koers om foto’s te maken van de nieuwe Amerikaanse vliegtuigshelters op de vliegbasis Bitburg. In november 1981 maakte een grote viermotorige Ilyushin IL-62 van Aeroflot een duikvlucht over een belangrijk Brits radarstation. Twee jaar later waren er opvallende spionage-incidenten met Aeroflot boven Franse marinehavens. 

Het zijn enkele voorbeelden uit een lange reeks brutale spionageoperaties van de destijds grootste luchtvaartmaatschappij ter wereld. Ze geven aan dat Aeroflot, het staatsluchtvaartbedrijf van de Sovjet-Unie, tijdens de jaren van de Koude Oorlog meer deed dan alleen passagiers en vracht vervoeren. 

 Bij internationale vluchten weken Russische verkeersvliegtuigen regelmatig van aangewezen vliegroutes af om met verborgen camera’s heimelijk foto’s te maken van Westerse militaire installaties. Ook werd met speciale spionageapparatuur elektronische informatie vergaard. 

Aeroflot werd door de NAVO-landen en de Verenigde Staten actief in de gaten gehouden en de spionagepogingen - ook die boven Nederland - werden bijna altijd opgemerkt. Vanaf de opening van de eerste Aeroflot-lijndienst van Moskou naar Schiphol in juli 1958 zagen radarstations van de Koninklijke Luchtmacht en de Luchtverkeersleiding regelmatig Russische en Oost-Europese civiele toestellen boven verboden vliegzones. 

De defensieleiding en de luchtmacht wilden de Zombies, zoals ze werden genoemd, bij voorkeur met jachtvliegtuigen onderscheppen en de ‘verdwaalde’ Tupolevs en Ilyushins met ferme hand terugdringen naar de juiste luchtcorridor.

 Andere Haagse ministeries vonden dat te ver gaan en zij gaven de voorkeur aan waarschuwingen aan de gezagvoerder via de radio en bij hardnekkige overtredingen eventueel een diplomatiek protest. Maar daadwerkelijke spionage was vaak moeilijk te bewijzen. Een slechte radioverbinding of een noodzakelijke omweg vanwege dreigend onweer - Aeroflot-gezagvoerders hadden altijd wel een uitvlucht voor een foute koers. Ook al was de lucht nog zo helder blauw. Bovendien voelde Buitenlandse Zaken er weinig voor om bij elke vermeende spionagepoging met een demarche in Moskou op de stoep te staan. 

Ook andere Westerse landen regeerden doorgaans terughoudend op de clandestiene activiteiten van Aeroflot. Neerschieten van de overtreders was uiteraard geen optie (al dacht het Kremlin voor haar eigen luchtruim daar anders over) en een boycot van Aeroflot was politiek erg ingrijpend en schadelijk voor het eigen commerciële luchtverkeer met de Sovjet-Unie. 

De grote Amerikaanse bezwaren tegen de communistische expansiedrang in de lucht werden door de West-Europese NAVO-partners niet gedeeld. De handelsbelangen gingen voor en in goed bilateraal overleg kon alles worden geregeld, toch? Ook het netelige aspect van de bescherming tegen Russische spionage. Zo kon Aeroflot ruim dertig jaar lang vrijwel ongehinderd zijn gang gaan en van overeengekomen vliegroutes afwijken om specifieke verkenningsopdrachten uit te voeren voor de GRU, de - inmiddels wat beter bekende - militaire inlichtingendienst van de leiders in het Kremlin.

De Spionnen van Aeroflot onthult voor het eerst op basis van uitgebreid historisch onderzoek de geheime geschiedenis van de luchtvaartmaatschappij van de Sovjet-Unie in de periode van de Koude Oorlog. 

Door DICK VAN DER AART (1946), journalist en auteur van verscheidene Nederlandse en Engelse boeken en een groot aantal artikelen over luchtspionage in de Koude Oorlog. Hij was Coördinator Buitenland en Eindredacteur van het NOS Journaal en van 1970 tot 1992 defensiemedewerker van NRC Handelsblad. Sinds 1991 is hij lid van de Netherlands Intelligence Studies Association – NISA. 

 

 

 

 

Categorie