Laatst levende WOII-agent van Bureau Inlichtingen overleden

Bram Grisnigt

Op vrijdag 11 januari 2019 overleed de 95-jarige WOII-veteraan Bram Grisnigt. Hij was de laatste nog levende agent van een van de Nederlandse geheime diensten tijdens de Tweede Wereldoorlog, het Bureau Inlichtingen. Door Jeoffrey van Woensel

Grisnigt werd op 26 januari 1923 geboren in Rotterdam. In 1941 besloot hij zich bij de geallieerden aan te sluiten. Met zijn buurjongen fietste hij naar het onbezette deel van Frankrijk. In Toulouse ontmoette hij een wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee, Piet Hoekman uit Urk. Het was het begin van een hechte vriendschap. Zijn buurjongen haakte af en keerde terug naar Nederland, maar Grisnigt en Hoekman zetten door. Na een maandenlange zwerftocht via Spanje, Gibraltar, Curaçao en Canada belandden de twee in december 1942 in Engeland. 

Ze werden ingelijfd bij het Bureau Inlichtingen (BI), dat vlak daarvoor – in november 1942 – door de Nederlandse regering was opgericht om inlichtingen in Nederland te vergaren. Het BI rekruteerde zijn agenten bij voorkeur uit de vijver van Engelandvaarders. De BI-agenten besteedden een groot deel van hun opleidingstijd aan radiotelegrafie. Na hun dropping in bezet gebied moesten zij immers verbindingen onderhouden tussen het verzet in Nederland en de inlichtingendiensten in Londen. De rekruten onderbraken de radiotelegrafie-opleiding regelmatig voor oefeningen in parachutespringen. Grisnigt kreeg keer op keer een gelukzalig gevoel wanneer hij uit het vliegtuig sprong, de static line met het vliegtuig zijn parachute opende en door lucht zweefde. Naast de opleiding radiotelegrafie en parachutespringen kregen de aspirant-agenten les in codeleer, security, militaire organisatie en fieldcraft (onopvallend optreden in vijandelijk gebied). Ze leerden hoe ze zich moesten oriënteren in het donker, hoe ze achtervolgers van zich konden afschudden en hoe ze ongezien militaire objecten observeerden. Verder oefenden ze met vuurwapens en kregen ze training in man-tegen-mangevechten. In de trein leerde Grisnigt zijn grote liefde Ann Stone kennen. Lange tijd wist zij alleen zijn codenaam ‘Kees Coster’.

In de nacht van 19 op 20 september 1943 werd de toen 20-jarige Grisnigt samen met Piet Hoekman boven bezet gebied geparachuteerd. Zij kwamen op de verkeerde plek terecht, maar hadden het geluk ‘goede’ Nederlanders te treffen. Via postduiven die ze uit Engeland hadden meegenomen, lieten ze weten dat ze hun doel hadden bereikt. Hoekman kwam na verraad in november 1943 door toedoen van de Duisters om het leven. Grisnigt slaagde erin uit handen van de Duitsers te blijven en een paar maanden lang inlichtingen van het verzet naar Engeland te seinen. Op 2 februari 1944 peilde de Sicherheitsdienst zijn radiosignaal echter uit. Grisnigt werd gevangen genomen en wist  vijf doorgangs- en concentratiekampen te overleven. Het laatste was kamp Ravensbrück, waar de Russen hem in april 1945 bevrijdden. 

Na de oorlog haalde hij zijn geliefde Ann Stone op in Engeland en werkte zeventien jaar voor Shell in de olie-industrie op Curaçao. Daarna kwam hij terug naar Nederland waar hij de rest van zijn leven in Noord-Brabant woonde. Op 20 september 2018 haalde hij nog het landelijke nieuws toen hij – precies 75 jaar na zijn dropping – in het Verzetsmuseum nog één keer een morsebericht naar Engeland stuurde. Grisnigt sprak bij die gelegenheid de hoop uit “dat de jonge mensen van nu beseffen dat de welvaart die zij hebben, mede te danken is aan de offers die toen zijn gebracht.” Grisnigt overleed op vrijdag 11 januari op bijna 96-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Bergen op Zoom, twee weken na dood van zijn echtgenote Ann, voor wie hij jarenlang mantelzorger was.